Onze verhalen


Rusten is een kunst

Door Annette Bak
Het goede ritme vinden in je dagen. Een continu proces. Voor mij tenminste. Het beste ritme voor mijn zwemtrainingen, voor mijn schrijven, voor mijn gemoed, voor mijn omgeving. Zeker nu ik in deze after Covid periode (in maart werd ik geveld door het virus en sindsdien kamp ik met de gevolgen) dit ritme weer opnieuw moet uitvinden. Een vaste structuur werkt het beste, maar er te veel aan vasthouden gaat soms juist ten koste van mijn energie en creativiteit.

Horecagezin

De zoektocht naar het beste ritme, naar de beste tijd, de juiste gemoedstoestand ken ik van jongs af aan. Als kind in een horecagezin was ik gewend aan onregelmatige tijden, onverwachte klant-altijd-eerst-wendingen en nooit-klaar-met-werk-dagen. Het druk hebben als leidraad en als doel. Iets wat in onze familie als een groot goed werd gezien. Met eigen leefregels creëerde ik naast het gezinsleven een wereld waarin ruimte was voor stilte, alleen zijn, meanderen. Op vaste tijden met de hond naar buiten, dwalend door de weilanden met een boekje onder mijn arm, alleen met mijn gedachten. Vroeg opstaan om de stilte van het huis te voelen. To do-lijstjes maken en me daaraan houden. Vanuit dat eigen ritme leek alles mogelijk. Er hing een wereldkaart boven mijn bureau en ik droomde van een leven vol avontuur.

De wijde wereld in

Tot verrassing van mijn omgeving en eigenlijk ook die van mezelf koos ik na mijn studie voor een baan als stewardess bij KLM. Zo belandde ik pardoes in een soort leven waarvan ik achter mijn bureautje had gedroomd. Geen vast ritme, geen vaste wandelingen en weilanden om te mijmeren, maar in een hoog tempo de wijde wereld door. Ik voelde de kracht van het nieuwe, voelde hoe ik groeide en me ontwikkelde, maakte keuzes op het scherpst van de snede en verbrandde schepen achter me. Onvermijdelijk sleepte ik anderen mee in dit opeens zoveel snellere leven.

In al dit extraverte geweld trok mijn introverte zelf steeds vaker aan de bel. Het verlangen naar structuur, naar de houvast van stille, eigen momenten, naar alleen dromen en dwalen door straten en boeken kreeg nieuwe vormen. Ook tijdens het reizen. Mijn koffer altijd beladen met minstens drie boeken en een yogamat. Met op iedere reisbestemming een vertrouwd koffietentje en een bekend rondje. Ook thuis kreeg ik weer een ritme met vaste tijden voor sport, studie, lezen en schrijven.

Goed uitrusten is een kunst

Waar ik niet op zat te wachten was de gedrevenheid die daarbij stiekem weer om de hoek kwam kijken. Want op de één of andere manier blijkt mijn verlangen naar structuur gekoppeld aan de overtuiging dat ik zoveel mogelijk uit een dag moet halen. Een overtuiging die de afgelopen maanden geheel overboord moest of op z’n minst een nieuwe definitie behoefde. Passend bij mijn vermoeide fysieke en geestelijke corona-toestand.

Bij mijn vaste ritme van nu hoort iets wat ik eigenlijk nog niet goed ken. Rust, rusten, uitrusten. En dan niet alleen het fysieke uitrusten, maar ook het laten rusten van mijn aandacht en gedachten. Goed uitrusten, kom ik nu achter, is een kunst en vraagt maatwerk. Want wanneer, hoe lang en hoe? Een wandeling, mediteren, naar buiten staren, restorative yoga, maar ook ‘gewoon’ vroeg gaan slapen en een middagdutje doen. Ik onderzoek het allemaal en ben verrast door het resultaat. Precies die manier van rusten vinden die past bij de soort moeheid die ik voel - ik merk dat het me zachter maakt en energie geeft.

Rusten, begin ik nu te ontdekken, kan op vele manieren.

Rusten is een kunst

Door Annette Bak
Het goede ritme vinden in je dagen. Een continu proces. Voor mij tenminste. Het beste ritme voor mijn zwemtrainingen, voor mijn schrijven, voor mijn gemoed, voor mijn omgeving. Zeker nu ik in deze after Covid periode (in maart werd ik geveld door het virus en sindsdien kamp ik met de gevolgen) dit ritme weer opnieuw moet uitvinden. Een vaste structuur werkt het beste, maar er te veel aan vasthouden gaat soms juist ten koste van mijn energie en creativiteit.

Horecagezin

De zoektocht naar het beste ritme, naar de beste tijd, de juiste gemoedstoestand ken ik van jongs af aan. Als kind in een horecagezin was ik gewend aan onregelmatige tijden, onverwachte klant-altijd-eerst-wendingen en nooit-klaar-met-werk-dagen. Het druk hebben als leidraad en als doel. Iets wat in onze familie als een groot goed werd gezien. Met eigen leefregels creëerde ik naast het gezinsleven een wereld waarin ruimte was voor stilte, alleen zijn, meanderen. Op vaste tijden met de hond naar buiten, dwalend door de weilanden met een boekje onder mijn arm, alleen met mijn gedachten. Vroeg opstaan om de stilte van het huis te voelen. To do-lijstjes maken en me daaraan houden. Vanuit dat eigen ritme leek alles mogelijk. Er hing een wereldkaart boven mijn bureau en ik droomde van een leven vol avontuur.

De wijde wereld in

Tot verrassing van mijn omgeving en eigenlijk ook die van mezelf koos ik na mijn studie voor een baan als stewardess bij KLM. Zo belandde ik pardoes in een soort leven waarvan ik achter mijn bureautje had gedroomd. Geen vast ritme, geen vaste wandelingen en weilanden om te mijmeren, maar in een hoog tempo de wijde wereld door. Ik voelde de kracht van het nieuwe, voelde hoe ik groeide en me ontwikkelde, maakte keuzes op het scherpst van de snede en verbrandde schepen achter me. Onvermijdelijk sleepte ik anderen mee in dit opeens zoveel snellere leven.

In al dit extraverte geweld trok mijn introverte zelf steeds vaker aan de bel. Het verlangen naar structuur, naar de houvast van stille, eigen momenten, naar alleen dromen en dwalen door straten en boeken kreeg nieuwe vormen. Ook tijdens het reizen. Mijn koffer altijd beladen met minstens drie boeken en een yogamat. Met op iedere reisbestemming een vertrouwd koffietentje en een bekend rondje. Ook thuis kreeg ik weer een ritme met vaste tijden voor sport, studie, lezen en schrijven.

Goed uitrusten is een kunst

Waar ik niet op zat te wachten was de gedrevenheid die daarbij stiekem weer om de hoek kwam kijken. Want op de één of andere manier blijkt mijn verlangen naar structuur gekoppeld aan de overtuiging dat ik zoveel mogelijk uit een dag moet halen. Een overtuiging die de afgelopen maanden geheel overboord moest of op z’n minst een nieuwe definitie behoefde. Passend bij mijn vermoeide fysieke en geestelijke corona-toestand.

Bij mijn vaste ritme van nu hoort iets wat ik eigenlijk nog niet goed ken. Rust, rusten, uitrusten. En dan niet alleen het fysieke uitrusten, maar ook het laten rusten van mijn aandacht en gedachten. Goed uitrusten, kom ik nu achter, is een kunst en vraagt maatwerk. Want wanneer, hoe lang en hoe? Een wandeling, mediteren, naar buiten staren, restorative yoga, maar ook ‘gewoon’ vroeg gaan slapen en een middagdutje doen. Ik onderzoek het allemaal en ben verrast door het resultaat. Precies die manier van rusten vinden die past bij de soort moeheid die ik voel - ik merk dat het me zachter maakt en energie geeft.

Rusten, begin ik nu te ontdekken, kan op vele manieren.